Home Landelijke radio Roermond laat rampenfunctie L1 onderzoeken

Roermond laat rampenfunctie L1 onderzoeken

De gemeente Roermond laat onderzoeken waar het fout is gegaan met rampenzender L1 afgelopen zondag. In de binnenstad ontstond brand en door de grote rookontwikkeling gingen de sirenes af zodat iedereen binnen zou blijven. L1 zond als rampenzender gewoon muziek uit op dat moment. Dat had niet mogen gebeuren, erkent burgemeester Henk van Beers van Roermond. 

Hoofdredacteur Leo Hauben van L1 kaatst de bal terug. Volgens hem verliep de informatievoorziening vanuit de gemeente uiterst gebrekkig en valt de regionale omroep niets te verwijten.
De brandweer was tot maandagmiddag 15:00 uur in de weer met het nablussen van de brand in de voormalige Eiermijn, een bedrijvenpand aan de Prins Bernhardstraat. De brand brak zondag in de middaguren uit en leek aanvankelijk zonder dreiging. Even voor 21:00 uur besloot de burgemeester om in een deel van Roermond alsnog groot alarm te slaan, omdat het gevaar bestond dat giftige stoffen, waaronder asbest, zouden vrijkomen.

Met loeiende sirenes werden inwoners opgeroepen binnen te blijven, deuren en ramen te sluiten en af te stemmen op radio en tv van rampenzender L1. De informatievoorziening van de regionale omroep bleef beperkt tot een berichtenbalk met summiere informatie en een verwijzing naar teletekstpagina 112. Die pagina staat onder beheer van de brandweer, maar leverde geen uitgebreidere info. De luisteraars naar L1-radio kregen geen enkele mededeling over de brand en de mogelijke gevaren.

Als we besluiten om de sirenes aan te zetten, kan het niet zo zijn dat burgers ramen en deuren sluiten en dan op de radio naar een aardig programmaatje moeten luisteren", zegt Van Beers. "In de convenant met L1 staat dat de rampenzender onverwijld over moet gaan tot het doen van mededelingen. Ik ga daar nu geen ruzie over maken. Laten we eerst grondig evalueren waar het fout is gegaan. Ik ben in elk geval blij dat we nog de kans krijgen om hier lering uit te trekken. We moeten voorkomen dat burgers sirenes straks niet meer serieus nemen, omdat ze niet te weten komen wat er aan de hand is."

Hoofdredacteur Leo Hauben van L1 is van mening dat zijn omroep geen blaam treft. Van de gemeente Roermond is geen officieel verzoek gekomen om officieel als rampenzender op te treden, benadrukt Hauben. "Er is wel contact geweest met het verzoek mededelingen over de brand te doen, maar veel mee te delen viel er niet. We wisten niet eens voor welke wijken van Roermond het alarm gold. Daarom hebben we weloverwogen besloten om niet in te grijpen in de uitzendingen", laat de hoofdredacteur van L1 weten. "Moet je dan melden dat je het ook niet weet en dan weer een plaatje draaien? Dat zorgt alleen maar voor meer paniek en verwarring. Bovendien bereik je in de avonduren via de tv meer mensen dan via de radio. Wat we konden melden is binnen zeven minuten na de sirenes gemeld."

Hauben pleit ervoor om bij calamiteiten een speciale verbindingsman met de rampenzender aan te stellen. "Als je officieel besluit een rampenzender in de lucht te gooien, moet je ook een constante informatiestroom kunnen garanderen. Nu staan we samen met de andere media op de voicemail van de gemeente- en brandweervoorlichter en moeten we wachten tot hij terugbelt."

Voorlichter Leo Huijs van de sector Veiligheid Noord- en Midden-Limburg, die zondag dienst had, wenst niet inhoudelijk in te gaan op de zienswijze van de L1-hoofdredacteur. "Mijn beleving van het contact met de omroep is een andere dan die van Hauben, maar daarover ga ik niet via de pers discussiëren", zegt Huijs, die het verder houdt bij een verwijzing naar de afspraken rond de rampenzender. "In noodsituaties is het heel vaak zo dat je niet meteen volledige informatie kunt geven, maar in de afspraken staat heel duidelijk dat een rampenzender onverwijld mededelingen moet doen."

Roermond kwam vorig jaar ook al negatief in het nieuws, omdat de communicatie naar de burgers rond een grote brand in koeltechniekbedrijf Koma te wensen overliet.

>> RadioFreak is nu ook te vinden op LinkedIn.